Autonomie-ondersteunend lesgeven in het secundair onderwijs. De zelfdeterminatietheorie als leidraad.

Vandaag de dag worden leerkrachten uitgedaagd om leerlingen blijvend te motiveren. Omdat motivatie zo’n complex begrip is met veel beïnvloedende factoren vraagt het van leerkrachten beslissingsvermogen, veel creativiteit en flexibiliteit om hierop in te spelen. Met dit project proberen we leerkrachten te ondersteunen in het zoeken naar manieren om motivatie te bevorderen. Autonomie-ondersteunend lesgeven is een mogelijke manier. Hoewel onderzoeksresultaten aantonen dat een autonomie-ondersteunende context een positief effect heeft op motivatie en leerprestaties van leerlingen, geeft het Departement van Onderwijs en Vorming aan dat het vormgeven van zulke context niet eenvoudig is in de dagelijkse praktijk. Zo zorgen de talrijke regels, afspraken, verplicht uniform curriculum, gestandaardiseerd toetssysteem etc., ervoor dat het voor leerkrachten geen evidentie is om een autonomie-ondersteunende context te creëren (Kessels, 2013). Tevens is het opvallend dat de wetenschappelijke literatuur over ‘autonomie-ondersteunend lesgeven in secundair onderwijs’ karig blijft in het aanbieden van concrete voorbeelden. 
Met ons onderzoek spelen we in op de ondersteuningsbehoefte die leerkrachten ervaren bij het ontwerpen van een motiverende context. We gaan eerst na hoe secundaire scholen en leerkrachten een autonomie-ondersteunende context creëren. We focussen hier zowel op klas- als op schoolniveau. Gaat het bijvoorbeeld over enkele leerkrachten die autonomie-ondersteunend te werk gaan of kunnen we echt spreken van een schoolbeleid dat gebaseerd is op het ABC van motivatie? In het eerste projectjaar (2015 – 2016) verzamelden we dus goede praktijkvoorbeelden op basis van een voorlopig werkkader. Dit werkkader kwam tot stand op basis van literatuur en later ook op basis van de praktijkvoorbeelden zelf. Ons werkkader integreert nu inzichten uit literatuur én praktijk en vormt het fundament om autonomie-ondersteunende lessen te gaan ontwerpen. Binnen de tweede fase van het onderzoek gingen we samen met KTA2 Villers (Hasselt) en Atheneum Speelhof (Sint-Truiden) aan de slag en ontwikkelden we in teacher design teams lessen die ABC-proof zijn. We ontwierpen voor de tweede graad respectievelijk voor een derde jaar Bio-Esthetica (TSO) en een vierde jaar voeding-verzorging (BSO). Aan de hand van vragenlijsten voor leerlingen en leerkrachten, observatie en reflectiegesprekken kunnen we besluiten dat deze lessen hun effect niet gemist hebben. Leerlingen in beide scholen geven aan dat zij meer autonomie en structuur hebben ervaren tijdens de interventie. Ook de verbondenheid in de klas is gegroeid, zij het iets minder. Uit verdere analyse blijkt dat dit vooral te wijten is aan het feit dat leerlingen inspraak kregen, dat de relevantie van de leerstof duidelijk was en dat de verwachtingen van de leraar helder waren voor de leerlingen. Autonomie, verbondenheid en competentie stimuleren heeft een wetenschappelijk bewezen impact op de autonome motivatie van leerlingen. Dit wil zeggen dat leerlingen vanuit een persoonlijke interesse of waarde gaan leren, dat zij hun studie-inspanningen langer volhouden en ook diepgaander leren. Hoewel we, strikt genomen, geen causale verbanden kunnen pretenderen, kunnen we toch een aantal aanbevelingen doen vanuit het ontwerponderzoek om autonomie, competentie en verbondenheid te bevorderen: 
  • Het inspelen op de interesses en/of aansluiting zoeken bij de studierichting van leerlingen (rationale, relevantie).
  • Een authentieke taak als einddoel (rationale, relevantie)
  • Keuze en inspraak voorzien (keuzetaken, volgorde van het afwerken van oefeningen, kiezen voor bepaalde moeilijkheidsgraad of thema van de oefeningen,...) (inspraak)
  • Het aanbieden van actiekeuzes (de manier waarop er gewerkt wordt (inspanning, volgorde, duur) is door de leerling zelf te bepalen) naast optiekeuzes (keuze)
  • Het ondersteunen van de te maken keuzes (duidelijk uitgeschreven leerpad, verwachtingen en criteria bij de verschillende taken) (competentie)
  • Het oefenen van de gepaste begeleidershouding is nodig om ABC-proof te kunnen lesgeven. Het gaat dan over constructief feedback geven, de relevantie van de leerstof aantonen, autonomie-ondersteunend taalgebruik en helpen ipv sturen, geloven in de competenties van de leerlingen.... 
  • Leerkrachten hebben een ondersteunende, veilige omgeving nodig om die begeleidershouding te kunnen oefenen
  • Er moet werk gemaakt worden van een ABC-proof evaluatiekader om de beoordeling van leerlingen in deze vernieuwende contexten niet in het gedrang te brengen.
 
Op basis van deze conclusies willen wij leerkrachten warm maken om te gaan experimenteren en ABC-proof te gaan ontwerpen en handelen. Wij bieden hier vanuit ons onderzoek ondersteuning voor geïnteresseerde leerkrachten in de vorm van een implementatiekader, vormingen en workshops en een website die in opbouw is. 
 
Binnen de lerarenopleiding willen we het ABC-proof ontwerpen van lessen integreren in de 
didactische ateliers voor studenten.  Via een aantal good practices, een kerngroep van geïnteresseerde vaklectoren maken we zoveel mogelijk lectoren warm voor het ABC-gedachtegoed, zodat zij het op hun beurt kunnen promoten bij de studenten. De lespraktijk zou zo via de lerarenopleiding meer en meer ABC moeten kleuren.