Leerkrachten in opleiding verkennen het perspectief van de leerling ten aanzien van evalueren

Jongens en meisjes die met de samenvatting in de hand naar school trekken op een maandagmorgen voorbereidend voor de toets. Dit beeld blijft nog steeds aanwezig in ons straatbeeld. Elke leerkracht beseft dat deze leerlingen hier weinig van zullen meedragen. Maar toch blijft dit de heersende praktijk te zijn in het secundair onderwijs.
Op basis van huidige wetenschappelijk onderzoek over de effectiviteit van evaluatie werd een vragenlijst opgesteld voor een diepgaande interview met leerlingen uit het secundair onderwijs, b.v. vragen die niet alleen peilen naar de frequentie van feedback maar ook naar de aard van de feedback die een leraar geeft.
De leerkrachten in opleiding nemen verschillende diepte-interviews af van leerlingen in het secundair onderwijs. De steekproef bestaat uit leerlingen van het eerste tot het zevende jaar secundair onderwijs (N=163). Er werden 79 jongens en 84 meisjes bevraagd. Bij de bespreking van de resultaten groeperen we de leerlingen per graad. Uit de eerste graad namen 55 leerlingen deel, 52 leerlingen uit de tweede graad en 56 leerlingen uit de derde graad. 
Door dit onderzoek zien we hoe in de dagelijkse praktijk wordt rekening gehouden met de recente bevindingen rond evaluatie. Uit de interviews blijkt dat er een kans op kentering bestaat. 
Door het afnemen van de interviews maken de student-leerkracht secundair zowel kennis met het perspectief van de leerling ten aanzien van evaluatie als met de wetenschappelijke theorieën hieromtrent.
Deze ervaring doet de studenten beseffen dat de evaluatie in eerste instantie het leren en het welbevinden van de leerling moet dienen.