Betekenis in de klaspraktijk

De onderwijsinnovatiepilot die hier voorgesteld wordt, werd uitgevoerd tussen 2015 en 2017 (Hogeschool PXL Education Secundair, Hasselt) en focuste op het verband tussen betekenisgericht onderwijzen binnen de klaspraktijk, het curriculum en het beroepsprofiel van de lerarenopleiding in Vlaanderen. De casus werd onderzocht en uitgewerkt voor het vak Frans Vreemde Taal. De resultaten van deze pilot wijzen enerzijds op de nood aan het (betekenis)gericht inzetten van leerinhouden en documenten en het oefenen van hogere verwerkingsniveaus binnen de vakspecifieke opleidingsonderdelen en anderzijds op het intensief coachen van het betekenisgericht onderwijzen binnen de vakdidactiek en de toegepaste vakdidactiek (opdrachten en stage).
 
Het concept “betekenisgericht onderwijzen/leren” komt zowel expliciet als impliciet voor in studies over onderwijs, zij het via een gevarieerde terminologie: meaning making classroom (Ancess 2004), le sens du projet didactique pour l’apprenant (Bourguignon 2006, 2007), transformative meaning making (Freed 2009), visible learning (Hattie 2009), inzichtelijk leren (Kaldewey 2006), la double perspective co-action/conception (Puren 2007), la double sémiotisation (Schneuwly 2000). 
 
Binnen deze pilot werd in de eerste plaats gefocust op nieuwe en brede definities van het begrip die, meer dan een puur technische benadering van onderwijzen te beschrijven, ingaan op het authentiek betrekken van de leerlingen door de betekenis van leerstof en documenten via gerichte communicatie centraal te stellen. Deze inzichten lieten ons toe meer gericht te kijken naar de klaspraktijk van de leraar Frans in het secundair onderwijs. Vanuit de vaststelling dat die klaspraktijk vaak te weinig gericht is op het betrekken (Ancess 2004), (Freed 2009) en het diep leren (Kaldewey 2006) van de leerlingen werd een definitie van “betekenisgericht onderwijzen” opgesteld die gebaseerd is op de verschillende inzichten die we in de literatuur vonden maar ook op de noden die zich manifesteren binnen de geobserveerde klaspraktijk. Een observatie-instrument, op haar beurt gebaseerd op deze nieuwe definitie, werd getest tijdens de stage-praktijk van eigen studenten lerarenopleiding zowel als van studenten buiten de eigen opleiding. Dit om de impact van de inhoudelijke vooropleiding en coaching te vergelijken. Er werd onderzocht of er een verband bestaat tussen de complexe vaardigheid die betekenisgericht onderwijzen is, het curriculum van de lerarenopleiding vandaag en het beroepsprofiel voor leraren in Vlaanderen dat aan de basis ligt van het curriculum.